8 dagen hengelsport - Een dagje vissen
Om 8.00 uur stipt staan we klaar op de steiger. Het is nog aangenaam
koel. Naast de steiger liggen de resten van wat eens een groot schip
moet zijn geweest. Kleine plonsjes geven aan dat er druk gejaagd wordt
door kleine vis. Wij zijn echter voorbereid op het wat grotere werk
vandaag. Onze 50-ponds-uitrustingen liggen klaar op de steiger. Al snel
zien we Malang en Isaac aankomen met hun bontgeschilderde piroque
(Senegalese praam). De tocht naar Pointe Jacksonsa neemt ongeveer 2 uur
in beslag en het is prachtig om te zien hoe de mangroven steeds wijder
worden. Was de rivier eerst 100 meter breed, nu zien we in de verte een
dunne rand groen met daarboven een strakke blauwe lucht. Geen auto's te
horen, geen plezierjachten te zien. Slechts af en toe passeert ons een
vissersbootje, altijd groen, geel rood en/of blauw geschilderd. Op een
zandbank loopt een vrouw kreeftjes te zoeken, met een mand op haar
hoofd. Hoe zij daar komt is mij een raadsel.
Als we in de buurt van de
zee komen verschijnen er bij de mangroven gele strandjes. De visgids
wijst naar enkele honden die op het strand rennen. Het zijn wilde
honden. Her en der baobab-bomen met sprookjesachtige dikke stammen en
grillige takken. De motor gaat uit, de stilte slaat toe, en de lijnen
met 200 gram lood en een stuk vis als aas, worden ingegooid. Het stroomt
bijzonder hard, maar daardoor kun je een relatief groot gebied afvissen
door het aas over de bodem verder te laten 'stuiteren'. Ik krijg als
eerste een fikse aanbeet, sla aan en een goede run van een meter of 50
volgt. Ik steiger en krijg visioenen van roggen formaat stamtafeltapijt.
Een kwartier later ligt er een paard makreel van 3 kilo in de boot. Ik
ben toch wel wat verbaasd dat een vis van een halve meter zo'n drukte
kan maken. Iedereen is nu enthousiast en zit op scherp met de lijn
losjes in de hand. Een van de visgidsen gebruikt überhaubt geen hengel,
enkel een klos met 50/100, hetgeen lokaal de normale manier van vissen
is. Iedereen heef nu regelmatig beet en er worden nog twee paardmakrelen
en een roggetje gevangen. Dan krijgt Wim een forse aanbeet, gevolgd door
een lange run. Iedereen moet z'n lijnen binnenhalen en de visgids haalt
snel het anker op want de vis blijft maar gaan. Op het moment dat Wim
iets meer druk zet, breekt de lijn. De visgidsen vloeken, maar daar
versta je gelukkig niets van. We varen een stukje terug naar de stek
maar de vissen lachen ons nu wat uit. Het is midden op de dag. De
oud-Hollandse uitdrukking 'koperen ploert' kan ook hier zijn
uitgevonden.
Na een uurtje krijg ik een heftige aanbeet, gevolgd door
een lange run. Net als de gids besluit het anker te lichten, zwemt de
vis terug naar de boot, ik kan er bijna niet tegen binnendraaien. Het
resultaat is dat er onder de boot iets van een boomstam op de bodem
ligt. Geen beweging in te krijgen. De lijn staat strak als een
vioolsnaar. Wim en ik kijken elkaar aan terwijl ik wat hulpeloos met een
kromme hengel in de hand sta. Dan knibbelt er iets aan het aas van Wim,
nog een aanbeetje. Hij geeft een metertje lijn en ik wed achteloos om
een fles koud bier (ook op de boot) dat het niets wordt of heel klein
is. Groter dan wat ik aan de haak heb lijkt me sterk. Wim vindt de
volgende aanbeet voldoende om aan te slaan. Uiteindelijk was het
doorvissen niet handig, maar Wim is blij dat er 250 meter op de spoel
zit. Het gaat heel hard en er is niet eens tijd om het anker binnen te
halen. Hiervoor wordt snel een jerrycan aan het ankertouw gebonden en we
varen achter een duikboot aan. Ik kan niets anders dan mijn vis meer
lijn geven. Wat een chaos. Ik draai na ruim 200 meter de slip vaster en
zet me schrap. In een keer de spanning weg. Als ik mijn lijn terug heb,
zie ik een rechte haak.Wim is druk bezig met het terugwinnen van zijn
lijn, terwijl de gids vakkundig de vis volgt. Na een minuut of 20 vangen
we een eerste glimp op van een stamtafeltapijt. Een enorme rog dus. Met
vakkundig manoeuvreren van de gids en heel wat runs later weten de
visgids en Wim de rog na in het totaal 50 minuten vechten aan boord te
krijgen. Zoiets hebben we allebei nog nooit gezien. Totale euforie. Een
verdiende fles bier.
In de loop van de middag vangt Wim nog een
schitterende paard makreel. Als we 's avonds terugvaren valt de nacht al
in. Het enige licht is het licht van de maan en de sterren. Het water
wordt steeds minder ruim tot we weer terug zijn bij de aanlegsteiger. We
raken niet uitgepraat. Bij terugkomst blijkt de rog 45 kilo te wegen en
de paard makreel 8 kilo. Mijn visioen in de ochtend werd waarheid, maar
Wim is de kampioen. Wat een vissersparadijs, en nog maar 5 dagen te gaan.
|